Er is een kleintje geboren

Tijd is een gek iets. Zo voorafgaand aan de operatie leek het de spreekwoordelijke eeuwen te duren voordat ik eindelijk door de MRI scan mocht en was geweest, dan duurde het nog een paar eeuwen voordat de uitslag werd doorgebeld (één dag), en kroop de tijd letterlijk eindeloos voort tot ik me mocht melden in het ziekenhuis voor de geplande hersteloperatie één week later. De operatie, het sluitstuk van dit borstkankertraject.

Precies een jaar en een week geleden werd er immers zoveel weggehaald (meer dan een halve amputatie) dat ik scheef liep, of in de toekomst in ieder geval scheef zou gaan lopen door het grote gewichtsverschil aan beide kanten. Afgelopen jaar heb ik er prima mee geleefd en zonder zeuren met twee verschillende maten rondgelopen. Ik ben zelfs nog naar de sauna gegaan en dan vooral omdat ik geleerd heb én nu echt denk, dit is het leven. Sommige mensen lopen er door omstandigheden gewoon scheef bij. Welcome to the real world, er zijn ergere dingen. Dit kon ik overigens ook goed zeggen omdat er een deadline aan zat, en die was afgelopen woensdag.

Borstlift, noemde mijn oncologisch chirurg het, als we het over dit sluitstuk hadden. De plastisch chirurg had het over een aanzienlijkere ingreep. De fysio zei dat het voor later sowieso geen goed idee is om het grote verschil te laten. En ik dacht, niet alleen fysiek maar ook mentaal gaat het me toch wel wat opleveren als ik weer letterlijk meer in balans ben. En als ik weer een beetje richting normaal mag gaan. Het was onderdeel van het hele borstkankerpakket.

Woensdagochtend was het zover. Echt exact een jaar en een week na de vorige, heftige operatie. Gek, “gelukkig” dit keer zonder mijn oncologisch chirurg, ik ging dat vertrouwde gezicht nog missen, want ik ben meer gehecht aan structuur dan ik dacht. Ik meldde me met Dirk bij de afdeling waar patiënten plastische chirurgie, urologie en orthopedie kwamen te liggen. “Loop maar mee”, zei de vrijwilligster die ons meteen voorging naar een tweepersoonskamer. Een oude man stond net op uit zijn bed in zijn onderbroek. Ik slikte en hoorde Dirk besmuikt lachen. (Later zou hij zeggen: “Dat gezicht van jou!”) Ik had namelijk gevraagd om een eenpersoonskamer, maar weet ook heus wel dat een ziekenhuis geen hotel is en er niet met alle wensen rekening kan worden gehouden . “Onee!”, zei de vrijwillige vrouw. “Je ligt in 48! Je hebt een kamer alleen! We gaan jou natuurlijk niet op één kamer leggen met een man met blaasproblemen.” Ik kon haar wel zoenen.

Dan is het wachten tot je wordt opgeroepen voor de OK en mag je nog een paar keer je naam, gewicht, lengte en geboortedatum opdreunen en dan eindelijk de operatiejurk aan met bijpassende operatieonderbroek. Ik deed de opening van de blauwe jurk aan de voorkant wat, zo bleek later, niet de bedoeling was. De verpleegkundige moest er hartelijk om lachen. Toen ik zei, dat het toch om mijn voorkant ging, zei hij: “Je hebt hem verkeerd om aangedaan, maar laat maar zo, je hebt een punt! Maar dit heb ik nog niemand zien doen!”

Met een zwarte marker werd een pijl boven de borst gezet waar het deze keer om ging, ik kuste Dirk gedag en werd daarna keihard door de gangen gereden. De lieve verpleegkundige benadrukte bij de overdracht op de OK nog een keer dat ik vorig jaar teveel pijn had gehad dus of ze daar op wilden letten.

Dat heb ik geweten. Na het aftekenen door mijn plastische chirurg J. (gelukkig ook een fijn en vertrouwd gezicht!) werd ik door de anestesist in slaap gebracht (nadat we over Twente en Drenthe hadden bijgepraat en ik zelfs een beetje onrustig werd toen hij over carbid schiet’n begon). Tot hij op het laatst zijn hand zwaar op mijn schouder legde en zei: “Ga maar heel lekker slapen.”

Alsof het twee seconden later was, werd ik alweer wakker gemaakt in de verkoeverkamer (waar komt die naam vandaan?). In retrospectief maakten de drugs mijn beleving vast anders dan de werkelijkheid, maar voor mijn gevoel werd ik wakker door een schreeuwende verpleegkundige (wat ik me dus echt niet kan voorstellen). Bij het aanleggen van het infuus voorafgaand aan de operatie zat ik met een verpleegkundige heel rustig over kerstmenus voor kinderen te babbelen, en nu gilde een mevrouw dat ik “heel veel middelen had gehad!” en “of ik wel had geplast!” en “of ik pijn had!” want “ze vertrouwde me niet!”. Nogmaals, dit is zoals het op mij over kwam. Ketamine en methadon, waren de boosdoeners, zo bleek later. Ik probeerde met mijn ogen houvast te krijgen op posters die er hingen en probeerde me niet teveel te bewegen. Die vrouw kon wel zeggen dat ik veel had gehad, maar ik had dan ook nauwelijks pijn. En dat was al een hele verbetering ten opzichte van vorig jaar, toen ik letterlijk vloekend wakker werd. Wel was ik dit keer ook weer goed misselijk. Drugs zijn niet aan mij besteed. Na een kennismaking met een steek uit 1960 (maar misschien waren dat ook de drugs) die onverrichter zake weer onder me vandaan werd gehaald, en twee perenijsjes, mocht ik gelukkig naar mijn eigen kamer waar ik Dirk kon bellen dat ik er weer was. Met een scheef oog keek ik af en toe rechts naar beneden. De veel kleinere borst zag er goed en rustig uit. Het was gedaan! Achter de rug! Waar ik juist nog zei, ik kon er prima een jaar mee leven, voelde ik nu letterlijk verlichting, hoe dit een einde van dat hele traject was. De plastisch chirurg, zo hoorde ik later, had er 414 gram afgehaald. Dat was vorig jaar dus nodig om me beter te maken. En nu: klaar! Recht! Balans! Normaal 2.0! We did it! Met grote dank aan het fijne team in het ziekenhuis, want ook bij deze operatie was iedereen zo lief en vol begrip.

Nu alleen die misselijkheid nog. Ik kon niet eens appen (en dat is voor mij bijzonder) omdat ik van lezen alleen al ziek werd. Dirk pakte gelukkig de telefoon aan en antwoordde de familie dat het goed was. Zus Dorien hielp me weer met tanden poetsen, en ging pas ‘s avonds heel laat weg zodat ik niet zo lang alleen was en lekker rustig kon slapen. De ochtend erna was een wereld van verschil. Ik werd van alle draden en slangen ontkoppeld en onder de douche gezet door twee verpleegkundigen. Toen ik half was uitgekleed, werden ze opgeroepen voor een andere patiënt. En pro die ik inmiddels geworden ben met grote wonden (ik heb het al eerder gezegd, vroeger was ik bang voor vaccinatieprikjes), ben ik zelf maar onder de douche gestapt. Dat ging prima! Twee uur later lag ik thuis in mijn eigen bedje. En kon de kraamtijd beginnen. Want dat was het. Lieve bloemen, cadeautjes en kaartjes, belletjes en berichtjes, eten en fruitmanden. “Er is een kleintje geboren!”, zei Dirk. En zo is het. Echt Kerstmis! En superlief van alle lieve mensen om ons heen. Nu herstellen en opknappen. We did it. Dank iedereen voor alle ❤️! Het is ineens achter de rug, tijd is echt een gek ding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *