Het is goed

Zo. Mijn eigen dokter V. weer aan de telefoon gehad. “Het is helemaal goed!” Hij zei het heel hard. Echt, vroeg ik, maar wat zat er dan waar ze zo mee bezig waren? Een poliep, zei hij. “En die is weg. We gaan je nu heel veel aandacht geven, dus de kans dat je darmkanker krijgt is veel kleiner dan je buurman – als je een buurman hebt.” Ik zei dat ik het wel lastig vond, dat er weer wat is. Dat ik nu mijn borst in de gaten moet houden én ook mijn darm. “Hoezo? Het zit toch in je familie?” Die man is een onverbeterlijke optimist.

Met mijn nieuwe MDL arts sprak ik gisteren het plan door. Er zat een poliep die van het soort is dat later uit kán groeien tot darmkanker. Maar dat hoeft dus niet. Wel houdt zij me daarom extra onder controle, en mag ik over een half jaar terugkomen voor nog zo’n onderzoek omdat ze niet zeker weet of ze alles heeft weggehaald. Die poliep zat in een lastig hoekje. “De darm zag er verder prachtig uit! Ik zie je in januari. Geen zorgen, al snap ik dat het lastig is. We hebben je onder controle.” Fijn mens.

En toch, toch sloeg de angst toe. Borst. Darm. Ik wil juist geen alarmsignaal meer, heb behoefte aan zekerheid, aan vertrouwen krijgen in mijn lijf. Hoe krijg ik dat terug?

Niet.

Dat bedacht ik me ineens. Gewoon niet. Het is zoals het is. Hoe hard ik het ook wil afdwingen, ik krijg geen zekerheid. Ik weet niet wat mijn lijf doet. Ik zorg er zo goed mogelijk voor, maar verder kan ik er niets aan doen. Of afdwingen. En werkt het lijf juist erg goed als je ziet wat het allemaal aankan (chemo, operaties, bestralingen, artrose). Het is heel sterk!

Ik kreeg weer een lesje in loslaten. Je kunt het nog zo willen, maar het leven gaat zoals het gaat. Enjoy the ride. Leef per dag en in het moment. En onzekerheid over wel of geen kanker hoort bij mij. Daar is de coach weer goed voor: “Niet te streng zijn voor jezelf, geef angst wat ruimte, dan heb je er het minste last van.”

Alleen zelfmedelijden hoef ik niet (mag heel even maar ik word er echt niet vrolijk van). Dus het hielp enorm toen mijn ene lieve lotgenootje N. zei: “Ons schaduwleven heeft je weer behoorlijk te pakken gehad! Maar jij bent de sterkste. Komt goed!” En lieve lotgenootje C. lekker nuchter: “Feitelijk gezien zou die darm toch al in de gaten worden gehouden, ook zonder dat hele borstverhaal. We zien elkaar in het bejaardentehuis!”

Dat is ook zo. Ik moet het omdraaien. Die darm was eerst. Die borst is extra pech. Van collegiale nuchterheid en begrip knap ik altijd op. Het is zoals het is. Daarom is het zo waar, in alle opzichten, wat dokter V. zegt: “Het is helemaal goed!”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *