Borstkanker met Lego

Zondagochtend, Tijl was logeren bij een vriendje. Dirk en ik lazen de krant met een kop versgezette cappuccino, Ollie speelde met zijn Ninjago Lego op de grond. Ineens, van half onder de tafel: “Mama, hoe krijg je eigenlijk borstkanker?” Ik keek Dirk aan. Die kleine is in juni zes geworden en heeft er het minst over gepraat. Ik zei het laatst nog tegen vriendinnen, dat Tijl altijd zo open is geweest (en nog is; alle bloemenwinkels, juffen en bakkers uit de buurt weten dat en hoe ik borstkanker heb gehad) en Ollie juist gaat neuriën of zingen als ik er over begin.

En nu ineens deze vraag. Ik pakte een stel Ninjago Lego poppetjes en zette ze op tafel. “Kijk, zeven poppetjes. Stel dat dit allemaal meisjes zijn en dat ze allemaal heel oud worden. Dan krijgt één van die zeven borstkanker. En dat was ik.” Ik keek met een schuin oog naar beneden. Hij sloeg ze niet van tafel af, dat viel me mee. Integendeel. Ollie stak zijn neusje boven het tafelblad. “Maar waarom kreeg JIJ dan borstkanker?”

Goeie vraag. Dirk keek me met een glimlach aan over de rand van zijn leesbril. Ik wees naar het huizenpark dat Tijl en Ollie hebben gebouwd en dat een heel stuk vloer van de woonkamer beslaat. “Geef eens een muurtje van je Lego huis?”

Hij keek bedachtzaam. “Je krijgt er eentje van het huis van Tijl.” (Concurrentie is ook bij áfwezigheid van Tijl zeer hevig.)

Ik pakte het stukje muur aan van Ollie. Toevallig zat er één steentje overdwars ten opzichte van de rest. “Kijk”, zei ik, “zo zit een menselijk lichaam in elkaar. Allemaal heel kleine, mooie  bouwsteentjes die precies in elkaar passen. Maar soms gaat er eentje dwars liggen. En kunnen de andere steentjes niet meer rechtdoor. Dat is kanker. En dat gebeurde bij mij. We weten niet waarom, het is gewoon pech. Ik ben een van de zeven. Het had ook een ander kunnen zijn” Ik zette het steentje weer recht op de andere. “Maar we weten wel hoe het kan worden opgelost. En hoe dat steentje kan worden rechtgezet zodat de andere steentjes weer goed passen. Dat is bij mij gebeurd. De borstkanker is weg.” Dat laatste zeg ik er ook nog steeds voor mezelf bij.

Ik keek naar Ollie, hij keek niet bezorgd, maar vrij neutraal. Hij pakte het muurtje weer aan en zette het voorzichtig terug.

“Goede vraag hoor, snap je het antwoord, Ollie?”

Hij knikte en pakte de zeven Ninjago poppetjes van tafel. “Ja, maar dit zijn geen meisjes.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *